Hou je al die dansstijlen als balboa, shag en west coast swing ook niet meer bij? Hoor je mensen praten over ‘vernacular’ of ‘eight-count’, maar heb je eigenlijk geen idee waar dit over gaat? En wat is die Big Apple en of een Jack ’n Jill eigenlijk? Nicky schiet je te hulp! Hieronder vind je alle begrippen die een Amersfoortse Lindy Hopper zou moeten kennen!

Aerials – Acrobatische moves in het dansen, waarbij de volger vaak door de lucht vliegt. [video]

Balboa (dansstijl) – Een vorm van partnerdansen, gedanst op uptempo muziek, gekenmerkt door de kleine pasjes van de dansers en positie ten opzichte van elkaar: de dansers staan tegen over elkaar en hebben full body contact – deze positie wordt ook wel close embrace genoemd. [video]

Blues (dansstijl) – Een vorm van partnerdansen gedanst op bluesmuziek. Het is vaal veel langzamer dan bijvoorbeeld Lindy Hop, en de dansers staan dichter bij elkaar (vaak in close embrace). [video]

Big Apple (routine) – Een wereldwijd bekende solo jazz routine. Zoiets als de shim sham, maar veel gecompliceerder. [Video]

Boogie Woogie (dansstijl) – Een dansstijl uit de jaren ’50, vooral gedanst in Europa op rock’nroll muziek. [video]

Bounce – Het op en neer gaan van je hele lichaam, alsof je een stuiterbal hebt ingeslikt, of aan je bretels aan het plafond hangt en lekker op en neer aan het bungelen bent. In lindy hop doe je dit (vrijwel) altijd – op elke tel van de muziek na je ‘down down down’.

Bounce-A-Lot (social) – Een pop-up lindy hop social in Amersfoort georganiseerd door LindyHopAmersfoort sinds de zomer in 2017. In de zomer vindt deze plaats op de Groenmarkt in het centrum van Amersfoort, in de openlucht met een proefles lindy hop vooraf, en in de rest van het jaar op verschillende plekken, zoals FLUOR.

BPM – Beats Per Minute. Dit is de snelheid van de muziek, en dit kun je tellen door op de maat mee te tikken en te tellen hoe vaak je dit doet in een minuut. Deze tool helps je daarbij. Lindy Hop wordt vaak gedanst op 125-165 BPM, maar je kunt ook (slow) lindy dansen op 100 BPM, en charleston op meer dan 200 BPM (maar dit is wel heel erg snel).

Ceuvel Swing Camp (festival) – Een jaarlijst danskamp in augustus in Amsterdam. Het is hip, klein en experimenteler dan de meeste andere grote festivals in Nederland, en onder andere georganiseerd door jullie docent Nicky.  Zie hier meer over nationale en internationale festivals. [website]

Charleston (dansstijl) – Een dansvorm geboren in de jaren ’20 in Charleston, New Carolina. Het is geboren als een solo dans, gedanst door beroemde dansers als Josephine Baker, maar wordt tegenwoordig ook als partnerdans gedanst. Dit lijkt op Lindy Hop, maar dan met veel kicks. In Amersfoort is (partner)charleston onderdeel van het curriculum, dus het komt terug in de Lindy 1A, 1B, 1C en 2. [video]

Closed (danspositie) – Een positie in dansen waarbij de leider en de volger tegenover elkaar staan en met beide armen contact hebben (maar niet met hun torso). [afbeelding] Note: in andere dansstijlen en op andere plekken verwijst ‘closed’ positie naar wat wij close embrace noemen.

Close embrace (danspositie) – Een positie in dansen waarbij de leider en volger tegenover elkaar staan en full body contact hebben. Het midden van de torso van de leider zit geplakt op de rechter bretel van de volger, en de rechter voet van beide dansers staat tussen de tenen van de andere danser. Deze positie wordt weinig gebruikt in Lindy Hop, maar wel veel in bijvoorbeeld Balboa en Blues dansen. [afbeelding]

Compressie – De spanning (‘tension’) die wordt opgebouwd tussen de twee dansers wanneer ze naar elkaar toebewegen en contact houden met hun handen, zoals bijvoorbeeld in het midden van de tuckturn.

Connection – Hoe twee dansers zich tot elkaar verhouden. Het kan verwijzen naar (a) het hebben van een ‘goede’ of ‘slechte’ connectie, wat verwijst naar of de dansers goed met elkaar kunnen communiceren via lichaamscontact; en (b) verschillende posities van hoe twee dansers zich tot elkaar verhouden, zoals de open positie, closed positie en close embrace positie.

Collegiate shag (dansstijl) – Een vernacular partnerdansvorm gedanst op uptempo muziek, afkomstig uit Afro-Amerikaanse dansvormen in de jaren ’20. Swing in Utrecht biedt Shaglessen aan! [video]

Counter balance – Iets wat kan opbouwen tussen twee (of meerdere) dansers wanneer ze fysiek contact hebben en niet volledig op hun eigen benen staan (in andere woorden: ‘ze hebben niet volledig hun eigen gewicht’). Je zwaartepunt is net iets verder weg van de andere danser(s) dan je voeten, en je gebruikt de ‘counter balance’ van je partner om samen in balans te blijven (en niet achterover te vallen).

Eight-count – De meeste Lindy Hop moves zijn eight-count of six-count. Eight-count betekent dat de move uit acht tellen bestaat, vaak met het volgende ritme: stepstep (of rockstep) [1 2] – triplestep [3 ’n 4] – stepstep (of rockstep) [5 6] – triplestep 7 ’n 8]. Voorbeelden hiervan zijn de standaard swingout, en een gewone eight-count side-by-side basic.

Frankie Manning (persoon) – Hij wordt gezien als één van de founders van Lindy Hop in de jaren ’20. [video]

Groovewalk – Een stapje dat gebruikt wordt in de lindy hop, waarbij je elke twee beats een stap zet en twee keer bounced. [video] Je leert de groovewalk in de Lindy 1A, samen met andere basisstapjes zoals de triplestep en de charleston.

Herräng Dance Camp (festival) – Het grootste jaarlijkse dansfestival van de wereld. Voor maar liefst zes weken wordt het Zweedse dorpje Herräng omgetoverd tot een Afro-Amerikaans dans dorp, waar overdag tientallen internationale docenten lessen geven en er elke nacht tot in de ochtend gedanst wordt. [website]

Jack ’n Jill (competition) – Deze vorm van (swing dans) competitie kenmerkt zich doordat dansers zich in hun eentje inschrijven: als leider, of als volger. Tijdens de voorrondes (genaamd heats) dansen ze verschillende nummers met verschillende partners (die ze wellicht niet kennen). Gezien de onvrede van velen dat de naam Jack ’n Jill bestaat uit een mannen- en vrouwennaam dat suggererend linkt aan de leider- en volgerrol, krijgt deze competitie de laatste jaren vaak een andere naam, zoals de Mix ’n Match of the social division.

Lindy Hop (dansstijl) – Een Amerikaanse dans geboren in Harlem, New York, gedanst op de jazz muziek uit de jaren ’30 en ’40. Lindy Hop is een partnerdans met solo jazz invloeden, geboren uit verschillende Afro-Amerikaanse dansen en beïnvloedt door het eight-count patroon uit Europese partnerdansen. [video]

Momentum – De richting, snelheid en hoeveelheid rotatie waarmee een danser zich voortbeweegt. Vaak zeggen docenten tegen voornamelijk volgers ‘to keep your momentum’. Dit betekent dat je kunt proberen te interpreteren hoeveel snelheid, welke richting en hoeveel rotatie je leider je meegeeft, en probeert dit vol te houden tot je meer informatie krijgt van je leider.

Open (danspositie) – Een danspositie waarbij twee dansers tegenover elkaar staan en elkaar enkel aanraken met één of twee handen. [afbeelding]

Routine – Een choreografie. Een opeenvolging van danspasjes die van te voren is bedacht door iemand (de choreograaf) en vaak op een specifiek liedje wordt uitgevoerd. Voorbeelden van bekende Lindy Hop routines zijn de shim sham, de big apple en de tranky doo.

Shag (dansstijl) – Zie Collegiate Shag. Collegiate shag is de meest gedanste vorm van Shag in Nederland (en laat Carolina Shag en St. Louis Shag ver achter zich), dus waarschijnlijk wanneer mensen het woord ‘shag’ gebruiken verwijzen ze hiernaar. [video]

Shim sham (routine) – Misschien wel de bekendste solo jazz routine bij Lindy Hop – vrijwel iedere danser danst mee wanneer het lied It ain’t what you do begint. [video]

Side-by-side (danspositie) – Een danspositie waarbij twee dansers naast elkaar staan – de leider links met zijn of haar arm rond de middel van de volger, en de volger rechts met zijn of haar hand op de rug van de leider. [afbeelding]

Six-count – De meeste Lindy Hop moves zijn eight-count of six-count. Six-count betekent dat de move uit zes tellen bestaat, vaak met het volgende ritme: stepstep (of rockstep) [1 2] – triplestep [3 ’n 4] – triplestep [5 ’n 5]. Voorbeelden hiervan zijn de send-out, change place (ookwel pass by), take-in en de tuckturn die je in de Lindy 1A leert.

Smokey feet (festival) – Het grootste Lindy Hop festival van Nederland – elk jaar in mei in Amsterdam. Vijf dagen lang feestjes en lessen samen met honderden dansers van over de hele wereld, onder andere georganiseerd door onze docent Jaro.  Zie hier meer over nationale en internationale festivals. [website]

Solo jazz (dansstijl) – Het lijkt op Lindy Hop, maar dan doe je de pasjes in je eentje. Je kan zowel solo jazz routines dansen (zoals je shim sham en big apple) als improviseren.

Stretch – Iets magisch wat opbouwt tussen twee dansers wanneer ze uit elkaar bewegen maar fysiek contact houden met elkaar, al dan niet met het gebruik van counterbalance. Een karakteristieke plek waar stretch opgebouwd wordt is in de open positie in de swingout.

Strictly (competition) – Dit is een vorm van een (swing dans) wedstrijd waar dansers zich inschrijven als koppel en enkel met elkaar dansen. Gezien de dansers vaak goed op elkaar ingespeeld zijn is deze competitievorm op snelle muziek en wordt dit gekenmerkt door meer fancy danspasjes en wellicht zelfs aerials. De andere meest bekende competitievorm is de Mix ’n Match, ook wel de Jack ’n Jill.

Swingdom (festival) – Het jaarlijkse swingdansfestival dat Swing in Utrecht organiseert, meestal in oktober. Tijdens dit weekend zijn er lessen van internationale docenten overdag, en elke avond een feestje. Zie hier meer over nationale en internationale festivals. [website]

Swingout (move) – De meest karakteristieke Lindy Hop move, meestal van open positie naar open positie, in eight-count. In Amersfoort leer je deze move in de Lindy 1B. [video]

Tap (dansstijl) – Een vorm van dansen waarbij de metalen plaatjes onder de dansschoenen van de dansers worden gebruikt als percussie – ze maken muziek met hun voeten, en het ziet er ook nog eens uit als dansen. [video]

Tranky doo (routine) – Een choreografie (zoals de shim sham en big apple) bedacht door Pepsi Bethel, destijds gedanst op het liedje Toxedo Junction, maar nu meestal op Dipsy Doodle. [video]

Triplestep – De naam van een stapje dat gebruikt wordt in Lindy Hop. Het bestaat uit twee tellen, waarbij de eerste tel gewicht van de rechtervoet (‘tri) naar de linkervoet (‘ple’) verplaatst, en in de tweede tel (‘step’) weer terug naar je rechtervoet (of dit alles, maar dan beginnend op de andere voet). De volgende triplestep begint dan op je andere (linker) voet. [video]

Tuckturn (move) – Een (meestal six-count) Lindy Hop move waarbij compressie wordt opgebouwd tijdens de eerste triplestep. Wanneer deze compressie wordt losgelaten draait de volger (tijdens de tweede triple step) de andere kant op. Je leert de meestgebruikte vorm van de tuckturn (van side-by-side naar open positie) in de Lindy 1A, en meer versies in de vervolgcursussen.

Vernacular – Een dansstijl die ‘natuurlijk’ is ontstaan als onderdeel van een cultuur. Vaak komen hier geen klassikale danslessen aan te pas, en wordt de dans ingepast in de cultuur waaruit ’t zich ontwikkeld. Veel swingdansen uit de jaren ’20 en ’30 zijn vernacular, gezien ze ‘vrij’ ontstaan zijn in de Afro-Amerikaanse cultuur.

West Coast Swing (dansstijl) – Een dansstijl die voortkomt uit lindy hop, maar minder bouncy en vaak gedanst op moderne popmuziek. De moves hebben andere namen en andere techniek, maar lijken erg op die van lindy hop. Een ‘whip’ is een swingout, een ‘side step’ een change place/pass by, en de meeste moves eindigen in een ‘anchor step’. [video]